De School van A tot Z ← GBS Mozaïek

De School van A tot Z

Onze school van A tot Z  (zie ook bij documenten onderaan in PDF of HIER) 

Onze school van A tot Z

 Algemene informatie aan de ouders

Pedagogisch project van de Gemeentelijke
basisscholen van Grimbergen.

Met dit pedagogisch project willen we aan allen die bij de school betrokken zijn, duidelijk maken wat wij op het vlak van onderwijs en opvoeding wensen te bereiken. Het pedagogisch project schrijft de krachtlijnen uit die het onderwijs en de opvoeding in deze school zullen beheersen.

Allen die betrokken zijn bij de begeleiding, de vorming of de verzorging van leerlingen aanvaarden onvoorwaardelijk dit pedagogisch project als leidraad voor hun handelen.

 

  • Situering van de onderwijsinstelling.

De school in de deelgemeente Humbeek is een officiële, gesubsidieerde, gemengde basisschool. Ze bestaat uit één vestigingsplaats die landelijk gelegen is. De inrichtende macht is het gemeentebestuur van Grimbergen.

Deze school is gegroeid uit de autonome, lagere jongensschool. Sedert 1977 is de school gemengd en in 1987 werd de kleuterafdeling opgericht. De school is gelegen in hetzelfde gebouw als de gemeentelijke sportzaal.

Bijna alle leerlingen en leerkrachten zijn afkomstig uit de eigen gemeente. De kinderen uit het eerste leerjaar komen vooral uit de eigen kleuterschool.

 

  • Levensbeschouwelijke uitgangspunten.

Het pedagogisch project van onze school heeft een democratische en pluralistische grondslag: onze school eerbiedigt de filosofische, godsdienstige en ideologische opvatting van alle ouders en leerlingen.

De school staat open voor alle jongeren en wil optimale ontplooiingskansen geven aan elk kind, ongeacht geslacht, levensbeschouwing, sociale status, etnische af­komst, nationaliteit of economische achtergronden.

De vrije keuze van een erkende godsdienst, niet-confessionele zedenleer of een vrijstelling is gewaarborgd.

Principiële houdingen tegenover mens en maatschappij:

De opvoeding die in onze school wordt nagestreefd heeft tot doel de kinderen voor te bereiden tot een maatschappij:

–   die op democratische principes steunt.

–   die intercultureel en pluralistisch is samengesteld.

–   die de vrijheid, de gelijkheid en de samenhorigheid wil realiseren.

–   die aan elkeen een plaats in die maatschappij toekent.

–   waarin de levenskwaliteit van allen gegarandeerd wordt.

Onze school zet zich in voor de vorming van mensen:

–   die bereid zijn hun opvattingen onvooringenomen te confronteren met die van anderen.

–   die zich positief, kritisch en creatief opstellen tegenover zichzelf en de maat­schappij.

–   die in staat zijn hun bekwaamheden aan te passen aan veranderingen.

–   die begaan zijn met vrede, met medemenselijkheid, met sociale rechtvaardigheid en met menselijke waardigheid.

–   die in vrijheid hun verantwoordelijkheid kunnen opnemen tegenover zichzelf en de gemeenschap.

–   die niet alleen hun persoonlijke belangen maar ook de collectieve belangen van alle mensen verdedigen, in dienst van de gemeenschap.

  • die verdraagzaam zijn maar zich mondig en weerbaar kunnen opstellen. (assertief gedrag bevorderen zonder agressief te worden.)

 

  • Visie van de school op ontwikkeling en opvoeding.

A  Wij als leerkrachten vinden:

–   dat elk kind anders is.

–   dat elk kind moet gewaardeerd worden in zijn kennen en kunnen.

–   dat niet alle kinderen van meet af aan gelijke kansen hebben.

Belangrijke factoren zijn o.a.: het sociale milieu, de opvoeding in het gezin, de aanleg, de intelligentie, het karakter, de gezondheid,…

–   dat een kind rechten heeft maar ook plichten.

–   dat een kind, moet beschermd worden ook tegen zichzelf en ook op het vlak van drugs, seksuele misbruiken, kinderarbeid,…

–   dat ouders, samen met de leerkrachten, de verantwoordelijkheid dragen voor de opvoeding van het kind.

–   dat, om eenzelfde doel te bereiken, samenwerking tussen gezin, school, oudervereniging, lokale gemeenschap en inrichtende macht noodzakelijk is.

(samen praten, samen denken, samen werken)

 

B   Kenmerken van goede opvoedingshulp zijn voor ons:

–   het kind helpen tot het realiseren van een positief en realistisch zelfbeeld.

–   dat elk kind zich gerespecteerd voelt en tevens respect opbrengt voor anderen.

(hun mening, hun geloof, hun leefgewoonten,…)

–   dat het kind zich veilig voelt en geborgenheid ervaart als voorwaarde tot groei en ontwikkeling, m.a.w. elk kind moet zich thuis voelen in de scholengemeen­schap. De school moet het kind houvast bieden, met een duidelijke en heldere structuur. Rechtlijnigheid qua afspraken en discipline.

–   het kind blijvend motiveren.

–   het kind moet de kans krijgen een grote mate van zelfstandigheid op te bou­wen. Het moet zelf initiatief durven en mogen nemen.

–   het kennis, vaardigheden en attitudes bijbrengen in functie van het welslagen in een te doorlopen ontwikkelingsproces.

–   het kind optimaal voorbereiden opdat het volwaardig zou kunnen participeren in de maatschappij, nu en in de toekomst.

 

  • Concrete en algemene doelen van de school

A  Het onderwijs in onze school:

–   is gericht op het nastreven van de ontwikkelingsdoelen en het realiseren van de eindtermen.

–   streeft naar een harmonische ontwikkeling van de totale persoonlijkheid, zowel op cognitief, psycho-motorisch, dynamisch-affectief, sociaal als muzisch-crea­tief vlak.

–   wordt zo georganiseerd dat elk kind maximale kansen tot ontwikkeling krijgt door differentiatie en individualisatie.

–   vertrekt zoveel mogelijk vanuit realistische, levensnabije situaties waarbij een beroep kan worden gedaan op alle mogelijkheden van het kind.

(niet alleen kennis maar ook inzichten, vaardigheden en attitudes)

–   leert kinderen creatief en probleemoplossend werken.

–   bevordert de communicatie en de samenwerking tussen de leerlingen onderling en tussen de leerkracht en de leerlingen.

–   biedt kinderen de kans een grote mate van zelfstandigheid op te bouwen door exploratie, vergaren van informatie en zelfgestuurd leren.

–   streeft een continue ontwikkelingslijn na om de doorstroming te bevorderen tussen de kleuterschool en de lagere school en tussen de verschillende klas­sen onderling.

–   streeft naar samenhang tussen de verschillende leergebieden.

 

B   In onze school:

–   streven wij naar een actieve deelname van de ouders aan het schoolleven.

–   verlangen wij van alle leerlingen een verzorgd uiterlijk.

–   vinden wij extramurale activiteiten belangrijk als ondersteuning van het leerpro­ces.

–   krijgen leerkrachten de kans zich regelmatig bij te scholen.

–   verwachten wij van de leerkrachten dat ze deontologisch handelen.

–   verlangen wij dat de leerlingen zorgzaam omgaan met eigen en andermans materiaal.

–   streven wij naar een gezamenlijke planning en uitvoering in functie van de onderwijsverbetering.

 

  • Zorgbeleid

In elke school zijn er kinderen die aandacht vragen, om welke reden dan ook. Deze kinderen stellen heel uitdrukkelijk de school voor de uitdaging om te differentiëren, dit wil zeggen het aanbod van de school aan te passen aan de noden en de mogelijkheden van de kinderen.

Differentiatie vergt coördinatie en teamoverleg, collegiale ondersteuning en kansen om dingen bij te leren.
Zorgbeleid is een opdracht van het hele team. Binnen dat team worden een aantal specifieke taken uitgevoerd die het zorgbeleid richting geven en stimuleren. Deze situeren zich op 3 niveaus:

  1. Zorgcoördinatie op niveau van de school:

Deze coördinatie veronderstelt niet alleen dat men op de hoogte is van de noden van leerlingen en leerkrachten, maar dat men ook weet waar men samen naartoe wil en op wie men daarvoor beroep kan doen, zowel intern als extern.

Zorgtaken op dit niveau zijn:

  • zichtbaar aanspreekpunt zijn voor elke zorgvraag in de school vanwege leerlingen, leerkrachten, ouders, …
  • organiseren en coördineren van de curriculumdifferentiatie voor individuele leerlingen of groepen van leerlingen
  • het nuttig hanteren van het leerlingvolgsysteem
  • organisatie van het multidisciplinaire overleg
  • organiseren van contacten met ouders
  • organisatie van de contacten met externen (CLB, gespecialiseerde diensten, …)
  • inrichten van een toegankelijk documentatiecentrum en orthotheek
  • stimuleren van ouderbetrokkenheid
  • zelfevaluatie van het zorgbeleid
  1. Zorgcoördinatie op niveau van de leerkracht

Deze coördinatie veronderstelt de ondersteuning van het pedagogisch-didactisch handelen van de leerkracht. Dit kan zowel preventief als remediërend zijn, zowel met de groep als met individuele leerlingen.

 

Zorgtaken op dit niveau zijn:

  • formuleren van didactische suggesties en wenken in functie van preventie en remediëring
  • actief deelnemen aan gerichte observaties
  • hulpmiddelen aanreiken inzake detectie en probleemanalyse
  • ondersteunen via een handelingsgerichte diagnostiek
  • samenwerken aan het opstellen van een handelingsplan
  • samen zoeken naar oplossingen en interventies, aanreiken van didactische materialen
  • samen opvolgen en evalueren van de interventies en van de algemene aanpak
  • collegiale coaching van de leerkrachten

 

  1. Zorgcoördinatie op niveau van de leerlingen

We pleiten in eerste instantie voor een klasinterne begeleiding. Als dit niet haalbaar is, kan het kind ook individueel en buiten de klas begeleid worden.

Zorgtaken op dit niveau zijn:

  • uitvoeren van de handelingsplannen
  • individuele remediëring
  • hulp bij leer- of socio-emotionele problemen
  • versterken van het welbevinden van de leerling

 

Met het hele schoolteam streven we ernaar dat elk kind zich met zijn persoonlijkheid en zijn mogelijkheden goed voelt op school !!!

 


Rapporteren en evalueren in de GBS Humbeek.

  • Rapporteren

De schoolvorderingen van de kinderen worden op verschillende manieren op verschillende momenten naargelang de specifieke noodwendigheden aan de ouders meegedeeld.

Dit kan gebeuren op een formele of een informele manier.

Informele manieren:

  • occasionele ontmoetingen met de ouders in de loop van het jaar, ter gelegenheid van gebeurtenissen op school of elders;
  • na telefonische of mondelinge afspraak op willekeurige ogenblikken en dit op initiatief van ouders of van leerkrachten.

Formele manieren:

  • heen- en weerschriftje voor de kleuters, dagelijks na te zien;
  • nakijken en ondertekenen van agenda’s, toetsen,… op reguliere basis;
  • tweemaandelijkse rapporten met rapportering over de verschillende leergebieden en attitudevorming;
  • oudercontacten: -begin schooljaar: een klassikaal oudercontact voor iedereen om de specifieke werkwijzen van het betreffende leerjaar uit te leggen;
    -midden 1ste trimester na het 1ste rapport;
    -eind 2de+ einde schooljaar;
  • ter gelegenheid van MDO-besprekingen na samenspraak tussen CLB, leerkrachten en begeleidende diensten.
  • Evalueren

Het opvolgen van de vorderingen die de leerlingen maken op alle gebieden (cognitief,affectief, het product en het proces, attitudes en gedragingen,…) gebeurt doorlopend. Alle leerkrachten en ander personeel werken daaraan mee.

Interne evaluatie gebeurt ter gelegenheid van personeelsvergaderingen en MDO’s.

Gedurende de loop van het schooljaar worden testen en toetsen afgenomen. De resultaten worden weergegeven in een rapport van softwareleverancier Broekx.

Er wordt een leerlingvolgsysteem opgestart waar enerzijds naar de basisvorderingen gepeild wordt en anderzijds naar het welbevinden en de betrokkenheid.

Het leerlingvolgsysteem start bij de kleutertjes en loopt door tot de leerling de school verlaat.

Bij de kleuters gaan we na of de ontwikkelingsdoelen bereikt worden, vooral door observaties. In de derde kleuterklas nemen we, indien nodig, een schoolrijpheidstest af, die samen met het CLB geëvalueerd wordt (februari).

In de lagere school worden testen afgenomen op 2 vaste periodes:

midden en eind schooljaar voor de eerste graad;

begin en midden schooljaar voor de andere leerjaren.

Naar welbevinden en betrokkenheid wordt een heel jaar door gepeild door observaties.

Kinderen met problemen worden tijdens de MDO’s (volgend op de testperiodes) besproken. Leerkrachten die problemen ondervinden met leerlingen melden dit steeds bij de zorgcoördinator, die beslist of een MDO noodzakelijk is. Ouders worden, indien nodig, achteraf individueel ingelicht.   Op het einde van het zesde leerjaar wordt deelgenomen op aan de overkoepelende OVSG-testen. Deze uitslagen worden tevens in het schoolrapport verwerkt.


Schoolreglement

 

 

Scholengemeenschap Grimbergen

Inhoud

 

Hoofdstuk 1             Algemene Bepalingen. 8

Hoofdstuk 2             Engagementsverklaring. 9

Hoofdstuk 3             Sponsoring. 10

Hoofdstuk 4             Kostenbeheersing. 10

Hoofdstuk 5 ……….. ……………………………………………………….. Extra-murosactiviteiten. 12

Hoofdstuk 6             Huiswerk, agenda’s, rapporten, evaluatie en schoolloopbaan. 12

Hoofdstuk 7             Afwezigheden en te laat komen. 13

Hoofdstuk 8             Schending van de schoolafspraken, preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting  15

Hoofdstuk 9             Getuigschrift basisonderwijs. 19

Hoofdstuk 10          Onderwijs aan huis. 22

Hoofdstuk 11          Schoolraad, ouderraad en leerlingenraad. 23

Hoofdstuk 12          Leerlingengegevens en privacy. 23

Hoofdstuk 13          Algemeen rookverbod. 24
Hoofdstuk 1         Algemene Bepalingen

Artikel 1

Dit schoolreglement eerbiedigt de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit schoolreglement wordt verstaan onder:

  1. Aangetekend: een poststuk etc. waarvan de verzender een bewijs van verzending krijgt.
  2. Afsprakennota: het geheel van concrete afspraken die de werking van de school regelen;
  3. CLB: Centrum voor Leerlingenbegeleiding;
  4. Directeur: de directeur van de school of zijn afgevaardigde;
  5. Extra-murosactiviteiten: activiteiten van één of méér schooldagen die plaatsvinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen.
  6. Klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur samen de verantwoordelijkheid draagt of zal dragen voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling.
  7. Leerlingen: de kinderen die regelmatig zijn ingeschreven in de basisschool.
  8. Leerlingengroep: een aantal leerlingen dat samen voor een bepaalde periode eenzelfde opvoedings- of onderwijsactiviteit volgt.
  9. Ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de   minderjarige onder hun bewaring hebben.
  10. Pedagogisch project: het geheel van de fundamentele uitgangspunten dat door een schoolbestuur voor een school en haar werking wordt bepaald.
  11. Regelmatige leerling: een leerling die
    1. voldoet aan de toelatingsvoorwaarden of hiervan wettelijk afwijkt;
    2. is slechts in één school ingeschreven is, behalve als het kind ingeschreven is in een ziekenhuisschool (type 5);
    3. aanwezig is en deelneemt aan de onderwijsactiviteiten, behalve bij gewettigde afwezigheid of wettelijke vrijstelling (deelname aan een taalbad wordt als zodanig beschouwd).
  12. School: het pedagogisch geheel, waar onderwijs wordt georganiseerd en dat onder leiding staat van de directeur.
  13. Schoolbestuur: de inrichtende macht die verantwoordelijk is voor de sch(o)ol(en) van de gemeente, nl. de gemeenteraad. Inzake daden van dagelijks beheer is het college van burgemeester en schepenen bevoegd.
  14. Schooldag: een dag waarop leerlinggebonden activiteiten georganiseerd zijn, met uitzondering van zaterdag, zondag en de schoolvakanties.
  15. Schoolraad: een officieel inspraakorgaan waarin ouders, personeel en personen van de lokale gemeenschap vertegenwoordigd zijn.
  16. Toelatingsvoorwaarden:

Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee en een half jaar oud zijn. Als een kleuter, op het moment van de inschrijving nog geen drie jaar is, kan hij in het basisonderwijs slechts toegelaten worden op één van de volgende instapdagen:

  • de eerste schooldag na de zomervakantie;
  • de eerste schooldag na de herfstvakantie;
  • de eerste schooldag na de kerstvakantie;
  • de eerste schooldag van februari;
  • de eerste schooldag na de krokusvakantie;
  • de eerste schooldag na de paasvakantie;
  • de eerste schooldag na Hemelvaart.

Om in het lager onderwijs toegelaten te worden, moet een leerling zes jaar zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar én ten minste het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode ten minste 220 halve dagen aanwezig zijn geweest.

Als de kleuter geen 220 halve dagen of meer aanwezig is geweest, dan moet de klassenraad zijn toelating geven om te kunnen starten in het lager onderwijs. De beslissing en motivatie worden aan de ouders meegedeeld uiterlijk 10 schooldagen na de eerste schooldag van september of de inschrijving.

Uitzonderingen:

  • Een leerling die een jaar te vroeg wil instappen in het lager onderwijs (5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt enkel ingeschreven, na advies van het CLB en na toelating van de klassenraad. Het beslissingsrecht van de ouders vervalt hier. De beslissing en motivatie worden aan de ouders meegedeeld uiterlijk 10 schooldagen na de eerste schooldag van september of de inschrijving.
  • Voor zij-instromers van 7 jaar of ouder gelden de bovenstaande voorwaarden niet. Indien noodzakelijk kan de directeur van de school een niveaubepaling uitvoeren om de leerlingen gericht naar een leerjaar te kunnen oriënteren.
  1. Werkdag: weekdagen van maandag tot vrijdag, met uitzondering van feestdagen en dagen die vallen tijdens de herfst-, kerst-, krokus-, paas- en zomervakantie.

Artikel 3

Het schoolreglement regelt de verhouding tussen leerlingen en hun ouders enerzijds en de school/het schoolbestuur anderzijds.

Artikel 4

De ouders ondertekenen het schoolreglement, de infobrochure en het pedagogisch project van de school voor akkoord. Dit is een inschrijvingsvoorwaarde.

Het schoolreglement wordt door de directeur voorafgaand aan elke inschrijving van een leerling op papier of via elektronische drager (schoolwebsite, e-mail, …) ter beschikking gesteld. Indien de betrokken ouders dit wensen, geeft de directeur toelichting bij het schoolreglement.

Bij elke wijziging van het schoolreglement informeert de directeur de ouders via een schrijven dat aan het oudste kind van het gezin wordt meegegeven of langs elektronische weg wordt bezorgd. Aan de ouders die dit wensen geeft de directeur toelichting bij de wijziging. De ouders verklaren zich opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar.

De school vraagt de ouders of ze ook een papieren versie van het schoolreglement en/of eventuele wijzigingen wensen en stelt deze ter beschikking.


Hoofdstuk 2   Engagementsverklaring

Artikel 5

  • 1 Oudercontacten

De school organiseert op geregelde tijdstippen oudercontacten. De ouders en de school zelf kunnen op eigen initiatief bijkomende oudercontacten voorstellen.

De ouder(s) woont (wonen) de oudercontacten bij.

Via schoolmededelingen vernemen de ouders hoe dit in de praktijk in zijn werk gaat.

  • 2 Voldoende aanwezigheid

De ouders zorgen ervoor dat hun kind elke schooldag en op tijd naar school komt. Dit verhoogt de kansen op schoolse successen.

De voldoende aanwezigheid speelt een rol in het toekennen van de schooltoelage.

Als een kind problematisch (ongewettigd) afwezig is, zal de school contact opnemen met de ouders.

Indien een kind tien of meer halve dagen ongewettigd afwezig is, moet de school het CLB inschakelen.

  • 3 Deelnemen aan individuele begeleiding

Sommige kinderen hebben nood aan een individuele begeleiding. Voor kinderen die daar nood aan hebben, werkt de school vormen van individuele ondersteuning uit en maakt ze daarover afspraken met de ouders zoals voorzien in het zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid van de school.

De ouders ondersteunen op een positieve manier de maatregelen die in samenspraak genomen zijn.

  • 4 Nederlands is de omgangstaal van de school.

Al de communicatie van en naar de ouders gebeurt in het Nederlands.

Ouders moedigen hun kind(eren) aan om Nederlands te leren.

Ouders ondersteunen de initiatieven en de maatregelen die de school neemt om de eventuele taalachterstand van hun kind(eren) weg te werken.

 

Hoofdstuk 3         Sponsoring

  • Artikel 6
  • 1 De school werkt voor het bereiken van de eindtermen en het nastreven van ontwikkelingsdoelen met de middelen die door de Vlaamse Gemeenschap en door het schoolbestuur ter beschikking worden gesteld.
  • 2 Om de bijdragen van de ouders voor niet-eindtermgebonden onderwijskosten te beperken, kan de school gebruik maken van geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning door derden.
  • 3 Dergelijke ondersteuning in de vorm van mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, kan enkel in geval van facultatieve activiteiten en na overleg in de schoolraad.
  • 4 De school zal in geval van dergelijke ondersteuning enkel vermelden dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking, een gratis prestatie of een prestatie verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging.
  • 5 De bedoelde mededelingen kunnen enkel indien:
  • deze mededelingen verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school;
  • deze mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen.
    • 6 In geval van vragen of problemen met betrekking tot de geldelijke of niet-geldelijke ondersteuning door derden, richt men zich tot het schoolbestuur.

 

Hoofdstuk 4   Kostenbeheersing

  • Artikel 7
  • 1 Kosteloos
  • Het schoolbestuur vraagt geen direct of indirect inschrijvingsgeld.
  • Het schoolbestuur vraagt geen bijdrage voor onderwijsgebonden kosten die noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven.
  • De school houdt zich aan de lijst van materialen welke door haar zelf ter beschikking moeten worden gesteld van de leerlingen zoals vastgesteld door de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs.
  • 2 Scherpe maximumfactuur
    • Het schoolbestuur kan echter een beperkte bijdrage vragen voor kosten die het maakt om de eindtermen en de ontwikkelingsdoelen te verlevendigen.
    • Dit gebeurt steeds na overleg met de schoolraad.
    • Het gaat over volgende bijdragen :
  1. de toegangsprijs voor het zwembad, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de toegangsprijs door de Vlaamse Gemeenschap wordt gedragen;
  2. de toegangsprijs bij pedagogisch-didactische uitstappen;
  3. de deelnamekosten bij eendaagse extra-murosactiviteiten;
  4. de vervoerskosten bij pedagogisch-didactische uitstappen, eendaagse extra-murosactiviteiten en zwemmen, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de vervoerkosten naar het zwembad door de Vlaamse Gemeenschap worden gedragen;
  5. de aankoopprijs van turn- en zwemkledij;
  6. de kosten voor occasionele activiteiten, projecten en feestactiviteiten;
  7. …..

2.1.1     § 3      Minder scherpe maximumfactuur

Voor meerdaagse extra-murosactiviteiten kan enkel in de lagere school een bijdrage gevraagd worden. Dit gebeurt na overleg met de schoolraad.

  • 4 Bijdrageregeling
  • De school biedt volgende diensten en materialen aan tegen betaling:
  1. vervoer en deelname aan buitenschoolse activiteiten (o.a. Stichting Vlaamse Schoolsport);
  2. buitenschoolse opvang;
  3. middagtoezicht;
  4. maaltijden en dranken;
  5. abonnementen op tijdschriften;
  6. nieuwjaarsbrieven;
  7. (klas-)foto’s;
  8. steunacties;
  9. kopiëren van leerlingengegevens;
    • De ouders kiezen of ze hier gebruik van maken of niet. De school gebruikt deze materialen/diensten niet in haar activiteiten en lessen.
    • 5 Het schoolbestuur bepaalt jaarlijks of wanneer de noodzaak zich voordoet, na overleg in de schoolraad de volgende modaliteiten en de periodiciteit van betaling betreffende:
  • de bijdragen die met respect voor het grensbedrag van de scherpe maximumfactuur kunnen worden gevraagd;
  • de bijdragen die met respect voor het grensbedrag van de minder scherpe maximumfactuur kunnen worden gevraagd;
  • de bijdrageregeling.
    • De bedragen van de bovenvermelde facturen en bijdrageregeling zijn onderworpen aan een indexregeling (basisbedrag * (gezondheidsindex maart 20xx/gezondheidsindex januari 2008).
    • Deze bedragen worden na wijzigen schriftelijk meegedeeld aan de ouders.

2.1.2     § 6      Basisuitrusting

De school verwacht dat de leerlingen over bepaalde zaken beschikken. Deze basisuitrusting (vb. boekentas) valt ten laste van de ouders en wordt bij de aanvang van elk schooljaar meegedeeld.

  • 7 Betalingen

Indien een leerling gebruik maakt van diensten of goederen die door de school worden aangeboden (vb. toezicht, zwemmen, voeding en drank, tijdschriften, schoolreizen, …) zal de school hiervoor een maandelijks factuur sturen. Deze moet betaald worden vóór de opgegeven uiterste datum. Extra kosten (zowel administratieve als juridische) die door de school of door het gemeentebestuur worden gemaakt om achterstallige betalingen te proberen innen, kunnen worden doorgerekend aan de wanbetaler.

  • 8 Afwijkingen

De directeur kan, in samenspraak met de ouders, één van de volgende afwijkingen op leerlingenbijdrage toestaan:

  • spreiding van betaling (over een maximumtermijn van 6 maanden);
  • uitstel van betaling (met een maximumtermijn van 2 maanden).

Het college van burgemeester en schepenen kan, na advies van de financieel beheerder, de directeur en in samenspraak met de ouders, één van de volgende afwijkingen op de leerlingenbijdrage toestaan:

  • vermindering van betaling;
  • kwijtschelding van betaling.
  • 9 In geval van vragen en problemen omtrent de bijdrage richt men zich tot de directeur.

 


Hoofdstuk 5    Extra-murosactiviteiten

Artikel 8

Extra-murosactiviteiten zijn activiteiten van één of meerdere schooldagen die plaats vinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen.

De school streeft ernaar dat alle leerlingen deelnemen aan de extra-murosactiviteiten, aangezien ze deel uitmaken van het leerprogramma.

De ouders worden tijdig geïnformeerd over de geplande extra-murosactiviteiten.

Voor de deelname aan extra-murosactiviteiten geven de ouders expliciet een schriftelijke toestemming.

Ouders hebben echter het recht om hun kinderen niet mee te laten gaan op extra-murosactiviteiten van een volledige dag of meer. Ze moeten deze weigering schriftelijk kenbaar maken aan de school.

Als een leerling niet deelneemt dan moet hij toch op school aanwezig zijn. Voor deze leerlingen voorziet de school tijdens de schooluren een aangepast programma.

Extra-muroasactiviteiten die volledig buiten de schooldagen georganiseerd worden, vallen hier niet onder.

 

Hoofdstuk 6   Huiswerk, agenda’s, rapporten, evaluatie en schoolloopbaan

Artikel 9        Huiswerk

De huiswerken worden genoteerd in de schoolagenda. Indien een leerling zijn huiswerk vergeet kan de leerkracht de nodige maatregelen nemen.

  • Artikel 10 Agenda

In de kleutergroepen hebben de kleuters een heen-en-weerschrift.

In de lagere school krijgen de leerlingen een schoolagenda. Hierin worden de taken van de leerlingen en mededelingen voor ouders dagelijks genoteerd.

De klasleerkracht van de lagere school ondertekent wekelijks de agenda; de ouders of de personen die het kind na de schooltijd opvangen dagelijks.

  • Artikel 11 Evaluatie en rapport

Een samenvatting van de evaluatiegegevens van de leerling wordt neergeschreven in een rapport. Dit rapport wordt bezorgd aan de ouders, die ondertekenen voor kennisneming. Het rapport wordt, ondertekend terugbezorgd aan de leerkracht op de eerstvolgende schooldag.

Gescheiden ouders hebben het recht een kopie te vragen.

  • Artikel 12 Schoolloopbaan
  • 1 Op voorwaarde dat aan alle toelatingsvoorwaarden voldaan is, nemen de ouders van de leerling de eindbeslissing inzake:
  • de overgang van kleuter- naar lager onderwijs, na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB;
  • het volgen van een achtste leerjaar lager onderwijs, na kennisneming van en toelichting bij het gunstig advies van de klassenraad en advies van het CLB.
  • 2 Een leerling die een jaar te vroeg wil instappen in het lager onderwijs (5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt enkel ingeschreven, na advies van het CLB en na toelating van de klassenraad. Geeft de klassenraad geen toelating, dan vervalt het beslissingsrecht van de ouders.
  • 3 In alle andere gevallen neemt de school de eindbeslissing inzake het al dan niet zittenblijven van de leerling, op basis van een gemotiveerde beslissing van de klassenraad. Deze beslissing is bindend in alle scholen van de scholengemeenschap Grimbergen.

 

Hoofdstuk 7    Afwezigheden en te laat komen

  • Artikel 13 Afwezigheden
  • Zowel voor kleuters als voor leerlingen lager onderwijs is een voldoende aanwezigheid noodzakelijk voor een vlotte schoolloopbaan.
  • Afwezigheden worden bij voorkeur voor de start van de schooldag telefonisch of schriftelijk meegedeeld aan het schoolsecretariaat.
    • 1 Kleuteronderwijs
    • Er is geen medisch attest nodig voor afwezigheden van kleuters.
    • Voor een leerplichtige leerling die nog een jaar in het kleuteronderwijs doorbrengt, gelden de regels van het lager onderwijs.
    • 2 Lager onderwijs
  1. Afwezigheid wegens ziekte:
    1. een verklaring van ziekte ondertekend en gedateerd door een ouder. Dit kan hoogstens vier maal per schooljaar worden ingediend. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum (maximaal 3 opeenvolgende kalenderdagen).
    2. een medisch attest:
      • als de ouders al vier maal in een schooljaar zelf een verklaring wegens ziekte hebben ingediend;
      • bij een afwezigheid wegens ziekte van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen;
      • bij een afwezigheid in de week onmiddellijk vóór of onmiddellijk na de herfst-, de kerst, de krokus-, de paas- of de zomervakantie.
    3. Afwezigheid van rechtswege:

Bij een afwezigheid van rechtswege bezorgen de ouders aan de directeur, het schoolsecretariaat of de klasleerkracht een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:

  • het bijwonen van een familieraad;
  • het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de leerling of van een bloed- of aanverwant van de leerling;
  • de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;
  • het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming;
  • de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;
  • het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling.
  • het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging als topsportbelofte aan sportieve manifestaties. Maximaal 10 al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar.

 

  1. Afwezigheid mits voorafgaandelijke toestemming van de directeur:

Bij een afwezigheid met toestemming van de directeur bezorgen de ouders aan de directeur een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.

  1. Afwezigheid wegens verplaatsingen van de trekkende bevolking:

In uitzonderlijke omstandigheden kan de afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners gewettigd zijn om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen.
De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directeur en de ouders.

  1. Afwezigheden voor topsport voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek mits toestemming van de directie:

Deze categorie afwezigheden kan slechts worden toegestaan voor maximaal zes lestijden per week (verplaatsingen inbegrepen) en kan enkel als de school voor de betrokken topsportbelofte over een dossier beschikt dat volgende elementen bevat:

  • een gemotiveerde aanvraag van de ouders;
  • een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie;
  • een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap;
  • een akkoord van de directie.
  1. Afwezigheden omwille van revalidatie tijdens de lestijden:
    1. de afwezigheid omwille van revalidatie na ziekte of ongeval, en dit gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.

Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat minstens de volgende elementen bevat:

  • een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
  • een medisch attest waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur van de revalidatie blijkt;
  • een advies, geformuleerd door het CLB, na overleg met de klassenraad en de ouders;
  • een toestemming van de directeur voor een periode die de duur van de behandeling, vermeld in het medisch attest, niet kan overschrijden.

Uitzonderlijk kunnen de 150 minuten overschreden worden, mits gunstig advies van de arts van het CLB, in overleg met de klassenraad en de ouders.

  1. b) de afwezigheid gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen voor de behandeling van een stoornis die is vastgelegd in een officiële diagnose.

Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat:

  • een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
  • een advies, geformuleerd door het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders;
  • een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag;
  • een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt 3.

In uitzonderlijke omstandigheden en mits gunstig advies van het CLB kan de maximumduur van 150 minuten voor leerplichtige kleuters, in overleg met de klassenraad en de ouders, uitgebreid worden tot 200 minuten, verplaatsing inbegrepen.

Voor leerlingen die vallen onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen.

  • 3 Problematische afwezigheden
  • Alle afwezigheden die niet zijn opgesomd of niet kunnen worden gewettigd zoals beschreven onder § 2 worden ten aanzien van de leerling beschouwd als problematische afwezigheden. Ook afwezigheid gewettigd door een twijfelachtig medisch attest, met name de ‘dixit’ -attesten, geantidateerde attesten en attesten die een niet-medische reden vermelden, worden als problematische afwezigheden beschouwd.
  • In deze gevallen zal de directeur contact opnemen met de ouders. De ouders kunnen deze afwezigheid alsnog wettigen. Vanaf meer dan tien halve schooldagen problematische afwezigheden heeft de school een meldingsplicht ten opzichte van het CLB. Het CLB voorziet begeleiding voor de betrokken leerling, in samenwerking met de school.
  • Artikel 14 Te laat komen
    • 1 Kinderen moeten op tijd op school zijn.
    • Een leerling die toch te laat komt, begeeft zich zo spoedig mogelijk naar de klasgroep. De ouders worden bij herhaaldelijk te laat komen van hun kind gecontacteerd door de directie/klasleerkracht. Ze maken hierover afspraken.
    • 2 In uitzonderlijke gevallen kan een leerling die daarvoor een gewettigde reden heeft, de school voor het einde van de schooldag verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directeur.

 

Hoofdstuk 8 Schending van de schoolafspraken, preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting

Artikel 15       Schoolafspraken van de school

Ouders stimuleren hun kind om de afspraken van de school na te leven.

  • Artikel 16 Schending van de schoolafspraken en ordemaatregelen
    • 1 Indien een leerling door zijn gedrag de schoolafspraken schendt of de goede orde in de school in het gedrang brengt, kunnen ordemaatregelen worden genomen.
  • 2 Deze maatregelen kunnen zijn:
  • een mondelinge opmerking;
  • een schriftelijke opmerking in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift die de ouders ondertekenen voor gezien;
  • een extra taak die de ouders ondertekenen voor gezien.
    • Deze opsomming sluit niet uit dat een andere maatregel wordt genomen, aangepast aan het onbehoorlijk gedrag van de leerling.
  • Deze maatregelen kunnen worden genomen door de directeur of elk personeelslid van de school met een kindgebonden opdracht.
  • 3 Meer verregaande maatregelen kunnen zijn:
  • een gesprek tussen de directeur en de betrokken leerling. De directeur maakt hiervan melding in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift. De ouders ondertekenen voor gezien;
  • een contactname door de leerkracht/de directeur met de ouders ter bespreking van het gedrag van de leerling. Van dit contact wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt door de ouders ondertekend voor gezien;
  • een preventieve schorsing :

De preventieve schorsing is een uitzonderlijke maatregel die de directeur voor een leerplichtige leerling in het lager onderwijs kan hanteren als bewarende maatregel om de schoolafspraken te handhaven en om te kunnen nagaan of een tuchtsanctie aangewezen is. De leerling mag gedurende maximaal vijf opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De directeur kan, mits motivering aan de ouders, beslissen om die periode eenmalig met maximaal vijf opeenvolgende schooldagen te verlengen indien door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kan worden afgerond. De preventieve schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben en de school stelt de ouders in kennis van de preventieve schorsing. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

  • 4 Indien vermelde maatregelen niet het gewenste effect hebben, kan een individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregels worden vastgelegd door de directeur.
  • Dit moet ertoe bijdragen dat een goede samenwerking met personeelsleden en/of medeleerlingen opnieuw mogelijk wordt.
  • Dit begeleidingsplan wordt opgesteld door de leerkracht, de zorgcoördinator en de directeur. Het wordt steeds besproken met de ouders. Het wordt van kracht van zodra de ouders het begeleidingsplan ondertekenen voor akkoord.
  • Indien de ouders niet akkoord gaan met het individueel begeleidingsplan, kan de directeur onmiddellijk overgaan tot het opstarten van een tuchtprocedure.
  • 5 Tegen geen enkele van deze maatregelen is er beroep mogelijk.
  • Artikel 17 Tuchtmaatregelen: tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen
  • 1 Het onbehoorlijk gedrag van een leerling kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel noodzakelijk maken.
  • 2 Een tuchtmaatregel kan worden opgelegd indien de leerling:
  • het verstrekken van opvoeding en onderwijs in gevaar brengt;
  • de verwezenlijking van het pedagogisch project van de school in het gedrang brengt;
  • ernstige of wettelijk strafbare feiten pleegt;
  • zich niet houdt aan het eventueel opgesteld individueel begeleidingsplan;
  • de naam van de school of de waardigheid van het personeel aantast;
  • de school materiële schade toebrengt.

 

  • 3 Tuchtmaatregelen zijn:

Tijdelijke uitsluiting:

De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerplichtige leerling in het lager onderwijs tijdelijk uitsluiten. Een tijdelijke uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling gedurende minimaal één schooldag en maximaal vijftien opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet mag volgen. Een nieuwe tijdelijke uitsluiting kan enkel na een nieuw feit. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

Definitieve uitsluiting:

De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerplichtige leerling in het lager onderwijs definitief uitsluiten. Een definitieve uitsluiting is een uitsluiting die inhoudt dat de gesanctioneerde leerlinge definitief uit de school wordt verwijderd op het moment dat deze leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk één maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na schriftelijke kennisgeving aan de ouders van de betrokken leerling.

In afwachting van een inschrijving in een andere school mag de gesanctioneerde leerling de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

  • 4 Er is geen mogelijkheid tot collectieve uitsluiting: het dossier van elke leerling moet afzonderlijk worden behandeld.
  • 5 Het schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het huidige, vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.
  • Artikel 18 Tuchtprocedure
  • 1 De directeur kan beslissen tot een tijdelijke of definitieve uitsluiting.
  • 2 De directeur volgt daarbij volgende procedure:
  1. het voorafgaandelijke advies van de klassenraad moet worden ingewonnen. In geval van de intentie tot een definitieve uitsluiting moet de klassenraad uitgebreid worden met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft;
  2. de intentie tot een tuchtmaatregel wordt na bijeenkomst van de klassenraad binnen de drie schooldagen aan de ouders meegedeeld door middel van een aangetekend schrijven of tegen afgifte van een ontvangstbewijs overhandigd. De school verwijst in de kennisgeving naar de mogelijkheid om het tuchtdossier, met inbegrip van het advies van de klassenraad, na afspraak in te kijken.

De ouders hebben het recht om te worden gehoord, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon.

Dit gesprek moet uiterlijk vijf schooldagen na ontvangst van de kennisgeving plaatsvinden.

  1. De tuchtstraf moet in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten.
  2. De genomen beslissing van de directeur wordt schriftelijk gemotiveerd en binnen de drie schooldagen aan de ouders bezorgd door middel van een aangetekend schrijven of tegen afgifte van een ontvangstbewijs overhandigd. In dit aangetekend schrijven worden de mogelijkheid tot het instellen van het beroep, alsook de bepalingen uit het schoolreglement die hier betrekking op hebben vermeld.
    • Artikel 19 Tuchtdossier

Een tuchtdossier van een leerling wordt opgesteld en bijgehouden door de directeur.

Het tuchtdossier omvat een opsomming van:

  • de gedragingen;
  • de reeds genomen ordemaatregelen;
  • de gedragingen die niet overeenstemmen met het individueel begeleidingsplan;
  • de reacties van de ouders op eerder genomen maatregelen;
  • het gemotiveerd advies van de klassenraad;
  • het tuchtvoorstel en de bewijsvoering ter zake.

Artikel 20       Beroepsprocedure tegen tijdelijke uitsluiting

  • 1 Ouders kunnen een beslissing tot tijdelijke uitsluiting betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen. De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur.

Dit beroep moet binnen de vijf schooldagen na kennisneming van de feiten aangetekend of tegen afgifte van een ontvangstbewijs ingediend worden bij het schoolbestuur.

Het beroep:

  • wordt gedateerd en ondertekend;
  • vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren;
  • kan aangevuld worden met overtuigingsstukken.
  • 2 Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie, opgericht door het schoolbestuur.
  • 3 De beroepscommissie bestaat uit een delegatie van minimum 3 interne leden en wordt in functie van een concreet beroep samengesteld door het college van burgemeester en schepenen.
  • 4 Het beroep bij een beroepscommissie kan leiden tot:
  1. de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:
    1. de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;
    2. het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;
  2. de bevestiging van de tijdelijke uitsluiting
  3. de vernietiging van de tijdelijke uitsluiting.

Het schoolbestuur stelt voor elk concreet dossier de beroepscommissie samen, met inachtneming van volgende bepalingen:

  1. de samenstelling van de beroepscommissie kan per te behandelen dossier verschillen, maar kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen;
  2. de samenstelling is als volgt:
  • leden intern aan het schoolbestuur of intern aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, met uitzondering van de directeur die de beslissing heeft genomen;

De werking van de beroepscommissie:

Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van een beroepscommissie, met inachtneming van het volgende:

  1. elk lid van een beroepscommissie is in beginsel stemgerechtigd; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;
  2. elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;
  3. een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;
  4. een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die een advies over de tijdelijke uitsluiting heeft gegeven;
  5. de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van de individuele personeelsleden van het onderwijs;
  6. een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de decretale en reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.

Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor deze beslissing van de beroepscommissie.

  • 5 De gemotiveerde beslissing van de beroepscommissie wordt aan de ouders aangetekend verzonden of tegen afgifte van een ontvangstbewijs overhandigd, binnen de drie schooldagen na de beslissing van de beroepscommissie.
  • 6 Bij overschrijding van deze vervaltermijn is de omstreden tijdelijke uitsluiting van rechtswege nietig.

Artikel 21       Beroepsprocedure tegen definitieve uitsluiting

  • 1 Ouders kunnen een beslissing tot definitieve uitsluiting betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen. De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur.

Dit beroep moet binnen de vijf schooldagen na kennisneming van de feiten aangetekend of tegen afgifte van een ontvangstbewijs ingediend worden bij het schoolbestuur.

Het beroep:

  • wordt gedateerd en ondertekend;
  • vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren;
  • kan aangevuld worden met overtuigingsstukken.
  • 2 Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie , opgericht door het schoolbestuur.
  • 3 De beroepscommissie bestaat uit een delegatie van minimum 3 externe leden en een delegatie van minimum 3 interne leden en wordt in functie van een concreet beroep samengesteld door het college van burgemeester en schepenen.
  • 4 De voorzitter wordt door het college van burgemeester en schepenen onder de externe leden aangeduid

Het schoolbestuur stelt voor elk concreet dossier de beroepscommissie samen, met inachtneming van volgende bepalingen:

  1. de samenstelling van de beroepscommissie kan per te behandelen dossier verschillen, maar kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen;
  2. de samenstelling is als volgt:
    • “interne leden”, zijnde leden intern aan het schoolbestuur of intern aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, met uitzondering van de directeur die de beslissing heeft genomen;
    • “externe leden”, zijnde personen die extern zijn aan het schoolbestuur en extern aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen.

In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen:

  1. wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn;
  2. wordt een lid van de ouderraad of, met uitzondering van het personeel, de school- raad van de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, geacht een extern lid te zijn, tenzij de bepaling vermeld in punt 1. van toepassing is;

De werking van de beroepscommissie:

Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van een beroepscommissie, met inachtneming van het volgende:

  1. elk lid van een beroepscommissie is in beginsel stemgerechtigd, met dien verstande dat bij stemming het aantal stemgerechtigde interne leden van de beroepscommissie en het aantal stemgerechtigde externe leden van de beroepscommissie gelijk moet zijn; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;
  2. elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;
  3. een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;
  4. een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die een advies over de definitieve uitsluiting heeft gegeven;
  5. de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van de individuele personeelsleden van het onderwijs;
  6. een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de decretale en reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.

Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor deze beslissing van de beroepscommissie.

  • 5 Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:
  1. de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:
    • de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;
    • het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;
  2. de bevestiging van de definitieve uitsluiting;
  3. de vernietiging van de definitieve uitsluiting.
  • 6 De gemotiveerde beslissing van de beroepscommissie wordt aan de ouders aangetekend verzonden of tegen afgifte van een ontvangstbewijs overhandigd binnen de tien schooldagen na de beslissing van de beroepscommissie.
  • 7 Bij overschrijding van deze vervaltermijn is de omstreden definitieve uitsluiting van rechtswege nietig.
  • 8 Het beroep schort de uitvoering van de beslissing tot definitieve uitsluiting niet op.


Hoofdstuk 9   Getuigschrift basisonderwijs

Artikel 22      Het getuigschrift toekennen

  • Het schoolbestuur kan een getuigschrift basisonderwijs uitreiken, op voordracht en na beslissing van de klassenraad. Het getuigschrift wordt ondertekend door de voorzitter en door ten minste de helft van de leden van de klassenraad, door de burgemeester en de gemeentesecretaris, of hun gedelegeerde en de houd(st)er.
  • Het getuigschrift wordt toegekend uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar, of na een beroepsprocedure.
  • De regelmatige leerling ontvangt het getuigschrift basisonderwijs indien uit het leerlingendossier blijkt dat de leerling bij het voltooien van het lager onderwijs de doelen opgenomen in het leerplan in voldoende mate heeft bereikt.
  • Artikel 23 Het getuigschrift niet toekennen
  • Als de klassenraad het getuigschrift niet toekent, motiveert hij zijn beslissing op basis van het leerlingendossier en deelt het schoolbestuur of hun gedelegeerde dit uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar aangetekend of tegen afgifte van een ontvangstbewijs mee aan de ouders.
  • Ouders die niet akkoord gaan met deze beslissing, kunnen uiterlijk binnen de drie werkdagen een overleg vragen met de directeur. De bedoeling van dit overleg is om alsnog tot een overeenkomst te komen zonder dat de formele beroepsprocedure opgestart moet worden.
  • Dit overleg vindt plaats binnen de twee werkdagen na de aanvraag tot gesprek.
  • De school kan dit overleg niet weigeren en er moet een schriftelijke verslag van gemaakt worden.
  • In dit verslag wordt meteen opgenomen of de directeur de klassenraad al dan niet opnieuw samenroept.
  • Wanneer de ouders niet akkoord gaan met de beslissing (hetzij om de klassenraad niet bijeen te roepen, hetzij om het getuigschrift niet toe te kennen), dan wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep bij de beroepscommissie.

Indien de klassenraad bij zijn oorspronkelijke beslissing blijft, wordt zij opnieuw gemotiveerd en door het schoolbestuur aangetekend of tegen afgifte van een ontvangstbewijs meegedeeld aan de ouders, uiterlijk binnen de drie werkdagen . Wanneer de ouders niet akkoord gaan met de beslissing dan wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep bij de beroepscommissie.

  • Artikel 24 Beroepsprocedure
  • 1 Ouders kunnen het niet-toekennen van een getuigschrift door de klassenraad betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen, na voorgaande stappen, zoals beschreven in artikel 23 .
  • Dit beroep moet door de ouders aangetekend of tegen afgifte van een ontvangstbewijs en binnen de vijf werkdagen ingediend worden bij het schoolbestuur.

Het beroep:

  • wordt gedateerd en ondertekend;
  • vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren;
  • kan aangevuld worden met overtuigingsstukken.
  • 2 Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie, opgericht door het schoolbestuur.

Het schoolbestuur stelt de beroepscommissie samen, met inachtneming van volgende bepalingen:

  1. de samenstelling kan per te behandelen dossier verschillen, doch kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen;
  2. de samenstelling is als volgt:
    1. “interne leden”, zijnde leden van de klassenraad die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen, waaronder alleszins de directeur eventueel aangevuld met een lid van het schoolbestuur
    2. externe leden”, zijnde personen die extern zijn aan dat schoolbestuur en extern aan de school die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet uit te reiken.

In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen:

  1. wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn;
  2. wordt een lid van de ouderraad of, met uitzondering van het personeel, de schoolraad van de school die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen, geacht een extern lid te zijn, tenzij de bepaling vermeld in punt a) van toepassing is;
  3. de voorzitter wordt door het schoolbestuur onder de externe leden aangeduid.
  4. Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van de beroepscommissie, met inachtneming van het volgende:
  • elk lid van een beroepscommissie is in beginsel stemgerechtigd, met dien verstande dat bij stemming het aantal stemgerechtigde interne leden van de beroepscommissie en het aantal stemgerechtigde externe leden van de beroepscommissie gelijk moet zijn; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;
  • elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;
  • een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;
  • een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die het getuigschrift basisonderwijs niet toegekend heeft;
  • de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van individuele personeelsleden van het onderwijs;
  • een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement”.
  • 3 De beroepscommissie komt bijeen uiterlijk tien werkdagen na het ontvangen van het beroep. De beroepsprocedure wordt voor de duur van zes weken opgeschort met ingang van 11 juli.
  • 4 Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:
  1. de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:
    1. de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;
    2. het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;
  2. de bevestiging van het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs;
  3. de toekenning van het getuigschrift basisonderwijs.
    • Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslissing van de beroepscommissie.
    • 5 De gemotiveerde beslissing van de beroepscommissie wordt aangetekend of tegen afgifte van een ontvangstbewijs aan de ouders verzonden, uiterlijk op 15 september daaropvolgend.
    • In de mate van het mogelijke wordt de beslissing vroeger dan de eerste schooldag van september genomen, zodat de leerling op 1 september het schooljaar kan beginnen.
    • 6 De ouders kunnen zich gedurende de procedure laten bijstaan door een raadsman.
      Dit kan geen personeelslid van de school zijn.
  • Artikel 25

Iedere leerling die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, heeft recht op een schriftelijke motivering met inbegrip van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan, en een verklaring met de vermelding van het aantal en de gevolgde schooljaren lager onderwijs, afgeleverd door de directie.

  • Artikel 26
  • Het getuigschrift en rapport kunnen om geen enkele reden worden ingehouden, ook niet bij verzuim door de ouders van hun financiële verplichtingen.
  • Hoofdstuk 10 Onderwijs aan huis
    • Artikel 27
    • 1 Het onderwijs aan huis is kosteloos.
    • 2 Een kind dat ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar wordt of ouder is dan vijf, heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beide, indien volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld:
  1. de leerling is meer dan eenentwintig opeenvolgende kalenderdagen afwezig wegens ziekte of ongeval of de leerling is chronisch ziek en is negen halve dagen afwezig;
  2. de ouders dienen een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, in bij de directeur. Uit het medisch attest blijkt dat de leerling de school niet kan bezoeken en toch onderwijs mag volgen;
  3. de afstand tussen de school en de verblijfplaats van de betrokken leerling bedraagt ten hoogste tien kilometer.
    • 3 De aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis ,synchroon internetonderwijs of een combinatie van beide gebeurt door de ouders, per brief of via een specifiek aanvraagformulier. Bij de aanvraag voegen de ouders een medisch attest waarop wordt vermeld:
  4. dat het kind langer dan 21 kalenderdagen afwezig is wegens ziekte of ongeval;
  5. de vermoedelijke duur van de afwezigheid;
  6. dat het kind de school niet kan bezoeken, maar toch onderwijs aan huis mag volgen.

Bij chronisch zieke kinderen volstaat een medisch attest van een geneesheer-specialist met de verklaring dat de leerling lijdt aan een chronische ziekte en dat de behandeling minstens 6 maanden zal duren.

  • 4 Indien aan al deze voorwaarden is voldaan, zal de school de dag na het ontvangen van de aanvraag en vanaf de tweeëntwintigste kalenderdag afwezigheid en voor de verdere duur van de afwezigheid van het kind, voor vier lestijden per week onderwijs aan huis verstrekken het synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden .
  • Bij chronisch zieke kinderen is onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden mogelijk telkens het kind negen halve dagen (hoeven niet aan te sluiten) afwezig was.
  • 5 Bij verlenging van de afwezigheid moeten de ouders opnieuw een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, indienen bij de directeur.
  • Bij chronisch zieke leerlingen hoeft er niet telkens opnieuw een medisch attest voorgelegd worden en volstaat een schriftelijke aanvraag van de ouders.
  • 6 Kinderen die na een periode van onderwijs aan huis de school hervatten, maar binnen een termijn van 3 maanden opnieuw afwezig zijn wegens ziekte, hebben onmiddellijk recht op onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden. Wel moet het onderwijs aan huis opnieuw worden aangevraagd volgens de procedure beschreven in §3, 2e en 3e punt.
  • 7 De concrete organisatie wordt bepaald na overleg met de directeur.


Hoofdstuk 11 Schoolraad, ouderraad en leerlingenraad

Artikel 28

De schoolraad wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de volgende geledingen:

  1. de ouders;
  2. het personeel;
  3. de lokale gemeenschap.

Artikel 29

Er moet een ouderraad worden opgericht als ten minste 10% van de ouders daar om vraagt, voor zover dit percentage ten minste 3 ouders betreft.

De leden van de ouderraad worden verkozen door en uit de ouders. Iedere ouder kan zich verkiesbaar stellen en kan één stem uitbrengen. De stemming is geheim.

Artikel 30

De school richt een leerlingenraad op als ten minste 10% van de leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar er om vragen.

 

Hoofdstuk 12 Leerlingengegevens en privacy

  • Artikel 31 Meedelen van leerlingengegevens aan ouders

Ouders hebben recht op inzage en recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens, die worden verzameld door de school. Indien na de toelichting blijkt dat de ouders een kopie willen van de leerlingengegevens, hebben ze kopierecht.

Iedere kopie dient persoonlijk en vertrouwelijk behandeld te worden, mag niet verspreid worden noch publiek worden gemaakt en mag enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.

Ouders kunnen zich daarnaast beroepen op de wetgeving op openbaarheid van bestuur die voorziet in een recht op inzage, toelichting en/of kopie. Hiertoe richten ze een vraag tot het college van burgemeester en schepenen dat bekijkt of toegang kan worden verleend.

Als een volledige inzage in de leerlingengegevens een inbreuk is op de privacy van een derde, dan wordt de toegang tot de gegevens die niet onder de privacyregeling vallen verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.

Artikel 32      Meedelen van leerlingengegevens aan derden

  • De school zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling.

Bij verandering van school door een leerling worden tussen de betrokken scholen leerlingengegevens overgedragen op voorwaarde dat:

  1. de gegevens enkel betrekking hebben op de leerlingspecifieke onderwijsloopbaan;
  2. de overdracht gebeurt in het belang van de leerling;
  3. ouders zich niet expliciet verzet hebben, tenzij de regelgeving de overdracht verplicht stelt.
    • Gegevens die betrekking hebben op schending van schoolafspraken door de leerling mogen nooit aan de nieuwe school doorgegeven worden.
    • Artikel 33 Afbeeldingen van personen


Voor de publicatie van zowel geposeerde (gerichte) als niet-geposeerde, spontane afbeeldingen van leerlingen wordt aan de ouders expliciet een schriftelijke toestemming gevraagd.

 

Hoofdstuk 13 Algemeen rookverbod

Artikel 34

Het is verboden te roken binnen de volledige instelling, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen, sportterreinen en andere open ruimten.

Het is verboden te roken tijdens extra-murosactiviteiten.

Bij overtreding van deze bepaling

  • zal de leerling gesanctioneerd worden volgens het orde- en tuchtreglement opgenomen in dit schoolreglement;
  • zullen ouders en/of bezoekers verzocht worden te stoppen met roken of het schooldomein te verlaten.

 

 

 

 

 

 

Goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 28 augustus 2014.

 

In opdracht:

 

 

 

Hans Habils                                                                                      Jos Smets

gemeentesecretaris                                                                         voorzitter gemeenteraad

 

 

Onze school van A to Z 2014-2015 in PDF