Schoolreglement ← GBS Mozaïek

Schoolreglement

Schoolreglement

Hoofdstuk 1    Algemene Bepalingen

Artikel 1
Dit schoolreglement, de afsprakennota en bijdrageregeling worden door de directeur voorafgaand aan de eerste inschrijving van de leerling en nadien bij elke wijziging overhandigd aan de ouders, die ter instemming ondertekenen.

Artikel 2
Dit schoolreglement eerbiedigt de internationaal-rechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.

Artikel 3
§ 1    Voor de toepassing van dit schoolreglement wordt verstaan onder:

1°    Schoolbestuur: de inrichtende macht die verantwoordelijk is voor de sch(o)ol(en) van de gemeente Grimbergen nl. de gemeenteraad. Inzake daden van dagelijks beheer is het college van burgemeester en schepenen bevoegd;

2°    Directeur: de directeur van de school of zijn afgevaardigde;

3°     Klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling;

4°    Leerlingen: de personen die regelmatig zijn ingeschreven in de onderwijsinstelling;

5°     Ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben;

6°     Aangetekend: met aangetekende brief of tegen afgifte van een gedateerd ontvangstbewijs;

7°     CLB: Centrum voor Leerlingenbegeleiding

Hoofdstuk 2    Procedure van inschrijving – Schoolverandering

Artikel 4    Inschrijving
§1    Toelatingsvoorwaarden kleuteronderwijs
Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee en een half jaar oud zijn.
Als een kleuter, op het moment van inschrijving nog geen drie jaar is, kan hij in het gewoon basisonderwijs slechts toegelaten worden op één van de volgende instapdata:
–    de eerste schooldag na de zomervakantie;
–    de eerste schooldag na de herfstvakantie;
–    de eerste schooldag na de kerstvakantie;
–    de eerste schooldag van februari;
–    de eerste schooldag na de krokusvakantie;
–    de eerste schooldag na de paasvakantie;
–    de eerste schooldag na Hemelvaart.

§2         Toelatingsvoorwaarden lager onderwijs
1. Principe
Om toegelaten te worden in het lager onderwijs moet een leerling zes jaar zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar én ten minste aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste 220 halve dagen aanwezig zijn geweest,
voldoen aan een proef (taaltest) die de kennis van het Nederlands, nodig om het lager onderwijs aan te vatten, peilt. Het CLB waar de school een beleidscontract mee afgesloten heeft zal de proef afnemen en de resultaten aan de school meedelen;
beschikken over een bewijs dat de leerling het voorafgaande schooljaar onderwijs heeft gevolg in een Nederlandstalige onderwijsinstelling uit een lidstaat van de Nederlandse taalunie.
        
Afwijkingen op het principe:
een leerling die een jaar te vroeg (wordt 5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt ingeschreven, moet het voorafgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste 185 halve dagen aanwezig zijn geweest.
voor zij-instromers van 7 jaar of ouder gelden de bovenstaande voorwaarden niet.

De gewijzigde bepalingen van art. 4 § 2 gelden voor inschrijvingen die betrekking vanaf het schooljaar 2010-2011.

2. Afwijkingen op de toelatingsvoorwaarden lager onderwijs

In het gewoon onderwijs kan een leerling die zes jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar nog één schooljaar in het kleuteronderwijs ingeschreven worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad en van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) nemen de ouders hierover een beslissing.
Voor leerplichtige kinderen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is enkel een advies van een CLB vereist.
Een leerling die vijf jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, kan in het lager onderwijs ingeschreven worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders hierover een beslissing.
In het gewoon onderwijs volgt een leerling normaal zes jaar, maar minimaal vier jaar en maximaal acht jaar, les in het lager onderwijs. Een leerling die vijftien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan geen lager onderwijs meer volgen.
Voor toelating tot het achtste jaar is een gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB vereist.
Wanneer een leerling een deel van zijn schoolloopbaan in het gewoon onderwijs en een ander deel in het buitengewoon onderwijs heeft doorgebracht, dan is de mogelijke duur van het lager onderwijs maximaal 9 jaar.
§3    Schoolverandering
Bij schoolverandering deelt de school het aantal halve dagen ongewettigde afwezigheid van het lopende schooljaar mee aan de nieuwe school.

Artikel 5    Vastleggen van verschillende criteria
Indien in de school een capaciteitbeperking van toepassing is, legt het schoolbestuur de maximumnorm inzake de capaciteit en de inschrijvingsprocedure vast en worden deze bekendgemaakt bij de start van het schooljaar.

Hoofdstuk 3    Richtlijnen i.v.m. afwezigheden en te laat komen

Artikel 6    Afwezigheden
Zowel voor kleuters als voor leerlingen lager onderwijs is een voldoende aanwezigheid essentieel voor een succesvolle schoolcarrière.

§ 1    Kleuteronderwijs
Afwezigheden van niet-leerplichtige kinderen moeten niet worden gewettigd door medische attesten. Afwezigheden worden telefonisch of schriftelijk meegedeeld aan de directeur. Voor een leerplichtige leerling die nog een jaar in het kleuteronderwijs doorbrengt, gelden de regels van het lager onderwijs. Zowel voor kleuters als voor leerlingen lager onderwijs is een voldoende aanwezigheid essentieel voor een succesvolle schoolcarrière.

§ 2    Lager onderwijs
1°    Afwezigheid wegens ziekte:
Bij een afwezigheid wegens ziekte van maximaal drie opeenvolgende kalenderdagen bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring.  De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.  Indien tijdens het schooljaar reeds vier maal van deze mogelijkheid gebruik werd gemaakt, is een medisch attest vereist.
Bij een afwezigheid wegens ziekte van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen is steeds een medisch attest verplicht.

2°    Afwezigheid van rechtswege:
Bij een afwezigheid van rechtswege bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring of een officieel document.  De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:
– het bijwonen van een familieraad;
– het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de leerling of van een bloed- of aanverwant van de leerling;
– de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;
– het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming;
– de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;
– het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling.

3°    Afwezigheid mits voorafgaandelijke toestemming van de directeur:
Bij een afwezigheid met toestemming van de directeur bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring of een officieel document.  De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:
– het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad (het betreft hier niet de dag van de begrafenis);
– het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging aan culturele en/of sportieve manifestaties.  Deze afwezigheid kan maximaal 10 al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar bedragen;
– in echt uitzonderlijke omstandigheden afwezigheden voor persoonlijke redenen voor maximaal 4 al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar.

4°    Afwezigheid wegens verplaatsingen van de trekkende bevolking:
In uitzonderlijke omstandigheden kan de afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners gewettigd zijn om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen.
De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directeur en de ouders.

§ 3    De ouders melden de vermelde afwezigheden indien mogelijk ook telefonisch aan de directeur.

§ 4    Problematische afwezigheden
Alle afwezigheden die niet zijn opgesomd of niet kunnen worden gewettigd zoals beschreven onder §2 worden ten aanzien van de leerling beschouwd als problematische afwezigheden.
In deze gevallen zal de directeur contact opnemen met de ouders.
Vanaf meer dan 10 halve schooldagen problematische afwezigheden heeft de school een meldingsplicht ten opzichte van het CLB, dat kan voorzien in begeleiding voor de betrokken leerling in samenwerking met de school.

§ 5    Andere te melden afwezigheden:
In het belang van de gezondheid van de leerlingen vragen wij u, indien uw kind, uzelf of een gezinslid één der onderstaande besmettelijke ziekten zou oplopen, dit onmiddellijk te melden aan de directeur of aan de schoolarts.
Ter inlichting geven wij ook de minimum uitsluitingstijd (schoolverbod):
– Luizen => thuisblijven tot na aangepaste behandeling (een bewijs kan gevraagd worden);
– Windpokken => thuisblijven tot minstens 6 dagen na het verschijnen van de eerste   huidletsels of tot opdroging van de blaasjes;
– Mollusca contagiosa (parelwratjes) => geen schoolverbod;
– Impetigo (huidinfectie) => thuisblijven tot na opdroging van de letsels tenzij de wonde bedekt is of 2 dagen antibiotica werd genomen;
– Schimmel van de schedelhuid en van de gladde huid (Schimmel van de voeten moet niet gemeld worden) => thuisblijven tot bewijs van aangepaste behandeling;
– Infecties met ß-hemolytische streptokokken van groep A (witte angina, roodvonk) => thuisblijven tot minstens 2 dagen na het starten van een behandeling met aangepaste antibiotica of tot minstens 14 dagen indien niet behandeld met antibiotica;
– Hepatitis A (geelzucht) => thuisblijven tot minstens 1 week na het begin van de ziekteverschijnselen;
– Hepatitis B (acute vorm en chronisch dragerschap) => acute ziekte: thuisblijven tot na klinische genezing op basis van een attest van de behandelende arts;
– Bof => thuisblijven tot minstens 9 dagen na het begin van de zwelling van de speekselklier;
– Mazelen => thuisblijven tot minstens 4 dagen na het verschijnen van de huiduitslag;
– Rubella (rode hond) => thuisblijven tot minstens 7 dagen na het verschijnen van de huiduitslag;
– Salmonellosen (besmettelijke diarree) => thuisblijven tot na genezing;
– Buiktyfus en Shigellose (dysenterie) => thuisblijven tot na tenminste 2 negatieve culturen (met 7 dagen tussentijd) van de stoelgang;
– Schurft => thuisblijven tot bewijs van aangepaste behandeling;
– Meningokokkenmeningitis en –sepsis (hersenvliesontsteking) => thuisblijven tot na attestering van de behandelende arts van niet- besmettelijkheid;
– Kinkhoest => thuisblijven tot na attestering van de behandelende arts van niet-besmettelijkheid;
– Difterie => ten minste 21 dagen thuisblijven en na 2 negatieve keeluitstrijkjes waarvan het tweede 7 dagen na het eerste;
– Poliomyelitis (kinderverlamming) => thuisblijven tot na attestering van de behandelende arts van niet- besmettelijkheid;
– Tuberculose => thuisblijven tot wanneer alle onderzoeken geen tuberculosebacillen meer aantonen.
Nota: Bij windpokken, rode hond en mazelen moeten zwangere niet-immune leerkrachten of moeders contact opnemen met de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk of met de huisarts.”

Artikel 7    Te laat komen
§ 1        Leerlingen moeten tijdig aanwezig zijn.
Een leerplichtige leerling die toch te laat komt, begeeft zich zo spoedig mogelijk naar de klasgroep. Bij herhaaldelijk te laat komen verwijst de klastitularis de leerling naar de directeur. Hij krijgt van de directeur een formulier dat door de ouders ingevuld wordt en de volgende schooldag aan de directeur wordt afgegeven.

§ 2     In uitzonderlijke gevallen kan een leerling die daarvoor een gewettigde reden heeft, de school voor de einduren verlaten. Dit kan enkel na toestemming door de directeur.

Hoofdstuk 4    Bepalingen i.v.m. onderwijs aan huis
Artikel 8
§1    Het onderwijs aan huis is kosteloos.

§2    Een kind dat ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar wordt of ouder is dan vijf, heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis indien volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld:

–     de leerling is meer dan eenentwintig opeenvolgende kalenderdagen afwezig wegens ziekte of ongeval;
–     de ouders dienen een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest in bij de directeur. Uit het medisch attest blijkt dat de leerling de school niet kan bezoeken en dat het toch onderwijs mag volgen;
–    de afstand tussen de school en de verblijfplaats van de betrokken leerling bedraagt ten hoogste tien kilometer.

§3    Indien aan al deze voorwaarden is voldaan zal de school, de dag na het ontvangen van de aanvraag en dit ten vroegste vanaf de tweeëntwintigste kalenderdag afwezigheid en voor de duur van het voorgelegde medisch attest instaan voor vier lestijden per week onderwijs aan huis.

§4    Bij verlenging van de afwezigheid moeten de ouders opnieuw een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, indienen bij de directeur.

§5    De concrete organisatie wordt bepaald na overleg met de directeur.

Hoofdstuk 5    Afspraken i.v.m. agenda’s, huiswerk, rapporten en zittenblijven

Artikel 9    Schoolagenda
In de kleutergroepen hebben de kleuters een heen-en-weerschrift.
In de lagere school krijgen de leerlingen een schoolagenda. Hierin worden de taken van de leerlingen en mededelingen voor ouders dagelijks genoteerd.

De leerkracht van de lagere school ondertekent wekelijks de agenda; de ouders of de personen die het kind na de schooltijd opvangen dagelijks.

Artikel 10    Huiswerk
De huiswerken worden genoteerd in de schoolagenda. Indien een leerling zijn huiswerk vergeet kan de groepsleraar de nodige maatregelen nemen.

Artikel 11    Rapport
Een synthese van de evaluatiegegevens van de leerling wordt neergeschreven in een rapport. Dit rapport wordt bezorgd aan de ouders, die ondertekenen voor kennisneming. Het rapport wordt ondertekend terugbezorgd de eerst volgende schooldag.
Gescheiden ouders hebben het recht een kopie te vragen.

Artikel 12    Zittenblijven
§1        Op voorwaarde dat aan alle toelatingsvoorwaarden voldaan is, nemen de ouders van de leerling de eindbeslissing inzake:
de overgang van kleuter- naar lager onderwijs, na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad en het CLB
het volgen van een achtste leerjaar lager onderwijs, mits gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB.

§2    In alle andere gevallen neemt de school de eindbeslissing inzake het al dan niet zittenblijven van de leerling, op basis van een gemotiveerde beslissing van de klassenraad.

Hoofdstuk 6    De procedure volgens dewelke getuigschriften
basisonderwijs worden toegekend en de procedure volgens dewelke een beroep kan ingediend worden tegen een beslissing van de klassenraad m.b.t. het getuigschrift basisonderwijs

Artikel 13
Het  getuigschrift basisonderwijs wordt uitgereikt op voordracht en na beslissing van de klassenraad.
Het getuigschrift wordt ondertekend door de directie en vertegenwoordigers van de klassenraad.
Het getuigschrift wordt toegekend uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar, tenzij na beroepsprocedure.

Artikel 14
De regelmatige  leerling ontvangt het getuigschrift basisonderwijs indien uit het leerlingendossier blijkt dat de betrokkene bij het voltooien van het lager onderwijs de doelen opgenomen in het leerplan in voldoende mate heeft bereikt.
Als de klassenraad het getuigschrift niet toekent, motiveert het zijn beslissing op basis van het leerlingendossier en deelt het bestuur dit uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar aan de ouders mee.

Artikel 15    Beroepsprocedure
§ 1        Indien de leerling het getuigschrift basisonderwijs niet wordt toegekend, kunnen de ouders uiterlijk op de derde werkdag na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving hun bezwaren kenbaar maken tijdens een persoonlijk onderhoud met de directeur.
Van dit onderhoud wordt een verslag gemaakt dat de betrokkenen tekenen voor kennisneming.

Indien de ouders – ofwel aan het einde van het onderhoud schriftelijk – ofwel uiterlijk binnen de twee werkdagen na het onderhoud aangetekend aan de directeur meedelen dat zij hun bezwaren handhaven, kan de directeur de klassenraad onmiddellijk opnieuw samenroepen en wordt de betwiste beslissing opnieuw overwogen.

Indien de klassenraad haar oorspronkelijke beslissing handhaaft, wordt zij opnieuw gemotiveerd en onmiddellijk door het bestuur aangetekend meegedeeld aan de ouders.

Indien de directeur de klassenraad niet bijeenroept op grond van de aangebrachte bezwaren motiveert hij zijn beslissing en deelt het bestuur deze onmiddellijk aangetekend mee aan de ouders.

§ 2    Uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving van de beslissing van de directeur of van de nieuwe beslissing van de klassenraad, kunnen de ouders aangetekend een beroep instellen bij de daartoe ingerichte beroepscommissie.
Deze beroepscommissie wordt aangesteld door het college van burgemeester en schepenen.
De beroepscommissie komt bijeen uiterlijk tien werkdagen na het ontvangen van het beroep.
De beroepscommissie onderzoekt de klacht op grond van de procedure en de ingebrachte motieven en bezwaren. Hiertoe leggen het bestuur en de ouders onverwijld elk stuk voor dat zij opvraagt.

Na beraadslaging geeft de beroepscommissie een gemotiveerd advies dat onmiddellijk aangetekend verstuurd wordt naar het gemeentebestuur en de ouders.

§ 3    Binnen de vijf werkdagen na kennisname van het advies roept het bestuur de klassenraad samen.
Indien de klassenraad haar oorspronkelijke beslissing handhaaft, wordt zij opnieuw gemotiveerd en onmiddellijk door het bestuur aangetekend meegedeeld aan de ouders.
Dit schrijven vermeldt dat deze beslissing van de klassenraad voor de Raad van State kan worden aangevochten.

§ 4    Indien de klassenraad gedurende de beroepsprocedure haar oorspronkelijke beslissing herziet om het getuigschrift basisonderwijs alsnog toe te kennen motiveert hij zijn nieuwe beslissing.

§ 5    De ouders kunnen zich gedurende de procedure laten bijstaan door een raadsman.
Dit kan geen personeelslid zijn van de school.

§ 6    De beroepsprocedure wordt opgeschort met ingang van 11 juli en voor de duur van zes weken daaropvolgend.

Artikel 16
Leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs niet behalen, krijgen van de directeur een verklaring met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs.

Hoofdstuk 7    Procedure bij de beslissing tot het zittenblijven of een doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs

§1        Wanneer in de loop van het schooljaar duidelijk wordt dat een leerling de basisdoelen voor dat betreffende leerjaar niet zal halen, kan de klassenraad beslissen dat deze leerling moet zittenblijven. De klassenraad stelt een dossier op waarin duidelijk vermeld wordt waarom de leerling moet zittenblijven. De ouders worden van de inhoud van dit dossier mondeling op de hoogte gebracht tijdens een individueel oudergesprek.
De beslissing van de klassenraad is bindend, behalve bij de overgang van de derde kleuterklas naar het eerste leerjaar en de overgang van de lagere school naar het secundair onderwijs.

§2        De klassenraad kan ook tot de bevinding komen dat een jaartje zittenblijven niet het gewenste resultaat zal opleveren en derhalve zinloos is, zodat het beter is om het kind door te verwijzen naar een school voor buitengewoon onderwijs. De klassenraad stelt een dossier samen waarin de motivering voor doorverwijzing uitvoerig beschreven staat. De ouders worden van de inhoud van dit dossier mondeling op de hoogte gebracht tijdens een individueel gesprek.
Bij een doorverwijzing  naar een school voor buitengewoon onderwijs ‘type 8’ beslissen de ouders autonoom.
Bij een doorverwijzing naar een school voor buitengewoon onderwijs van een ander type omschrijft de klassenraad de redenen waarom ze niet meer in staat zijn het kind in een school voor gewoon onderwijs op een gepaste wijze onderwijs te verschaffen.
Bij betwisting beslist de inspectie basisonderwijs op basis van het voorgelegde dossier.

Hoofdstuk 8    Orde- en tuchtreglement van de leerlingen met inbegrip van de interne beroepsmogelijkheden

Artikel 17    Ordemaatregelen
§ 1     Indien een leerling door zijn gedrag de goede orde in de school in het gedrang brengt kan een ordemaatregel worden genomen.

§ 2     Gewone ordemaatregelen kunnen o.m. zijn:
–    een mondelinge opmerking;
–    een schriftelijke opmerking in de schoolagenda of heen-en-weerschrift die de ouders ondertekenen voor gezien;
–     een extra taak die de ouders ondertekenen voor gezien; Deze opsomming sluit niet uit dat een meer aan het specifiek laakbaar gedrag van de leerling aangepaste maatregel wordt genomen.

Deze ordemaatregelen kunnen genomen worden door de directeur of elk personeelslid van de school met een kindgebonden opdracht.

§ 3    Verdergaande ordemaatregelen kunnen zijn:
–     een gesprek tussen de directeur en de betrokken leerling, de directeur maakt hiervan melding in de schoolagenda of heen-en-weerschrift. De ouders ondertekenen voor gezien.
–     de groepsleraar en/of de directeur nemen contact op met de ouders en bespreken het gedrag van de leerling. Van dit contact wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt ondertekend voor kennisname.
–    een afzondering uit de klas, bij beslissing van de directeur, onder toezicht en voor maximum één dag. Dit wordt via de schoolagenda of heen-en-weerschrift meegedeeld aan de ouders.

§ 4    Indien genaamde ordemaatregelen niet het gewenste effect hebben, kan een individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregels worden vastgelegd door de directeur.
Dit moet ertoe bijdragen dat een goede samenwerking met personeelsleden en/of medeleerlingen opnieuw mogelijk wordt.
Dit begeleidingsplan wordt opgesteld door de groepsleraar en de directeur. Het wordt steeds besproken met de ouders. Het wordt van kracht van zodra de ouders het begeleidingsplan ondertekenen voor akkoord.
Indien de ouders niet akkoord gaan met het individueel begeleidingsplan, kan de directeur onmiddellijk overgaan tot het opstarten van een tuchtprocedure

§ 5    De directeur kan een leerling preventief schorsen telkens voor maximum 5 opeenvolgende schooldagen in afwachting van een tuchtmaatregel. De directeur moet vooraf het advies inwinnen van de klassenraad en de leerling en de ouders horen. De beslissing van de directeur moet met redenen omkleed zijn. Ten laatste de werkdag volgend op het nemen van de beslissing wordt deze aangetekend aan de ouders meegedeeld.

Ingeval van preventieve schorsing wordt de leerling uit de leerlingengroep, waartoe hij behoort, verwijderd. Hij moet op de school aanwezig zijn onder toezicht.

§ 6     Tegen geen enkele ordemaatregel is in principe beroep mogelijk.

Artikel 18    Tuchtmaatregelen
§1        Het laakbaar gedrag van een leerling kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel noodzakelijk maken.

§2        Een tuchtmaatregel kan worden opgenomen indien het gedrag van de leerling:
–    het ordentelijk verstrekken van opvoeding en onderwijs in gevaar brengt;
–    de verwezenlijking van het pedagogisch project van de school in het gedrang brengt;
–    ernstige of wettelijk strafbare feiten uitmaakt;
–    niet overeenstemt met het eventueel opgesteld individueel begeleidingsplan;
–    de naam van de instelling of de waardigheid van het personeel aantasten;
–    de instelling materiële schade toebrengt.

§ 3    Tuchtmaatregelen zijn:
–    de schorsing;
Een schorsing betekent dat een leerling gedurende een bepaalde periode (meer dan één dag en maximum twintig schooldagen binnen één schooljaar) de lessen niet mag volgen in de leerlingengroep waartoe hij behoort. Hij moet wel op school aanwezig zijn onder toezicht.

–    de uitsluiting;
Uitsluiting betekent dat de leerling definitief uit de school wordt verwijderd. De uitsluiting gaat in vanaf het moment dat de leerling in een andere school is ingeschreven, uiterlijk één maand (vakantieperioden niet inbegrepen) na schriftelijke kennisgeving. In afwachting bevindt de betrokken leerling zich in dezelfde toestand als een geschorste leerling.

§ 4    Zowel schorsing als uitsluiting kunnen slechts nadat de tuchtprocedure werd gevolgd.

§ 5    Er is geen mogelijkheid tot collectieve uitsluiting: elke leerling moet afzonderlijk behandeld worden.

§ 6    De inrichtende macht kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.

Artikel 19    Tuchtprocedure
§ 1    Tuchtmaatregelen worden genomen door de directeur.

§ 2    Hij volgt daarbij volgende procedure:
1°    Hij vraagt advies aan de klassenraad die het tuchtdossier beoordeelt.
De klassenraad stelt een gemotiveerd advies op.
Indien de klassenraad adviseert om de leerling te schorsen of uit te sluiten, deelt de directeur aan de ouders mee dat een tuchtprocedure wordt ingezet.

Deze beslissing en het gemotiveerd advies worden binnen de drie werkdagen na de bijeenkomst van de klassenraad aangetekend verstuurd aan de ouders.
In dit schrijven worden zij opgeroepen tot een onderhoud met de directeur over de vastgestelde feiten en de voorgestelde maatregel.

2°     De ouders en de leerling kunnen vóór het onderhoud kennis nemen van het             tuchtdossier in het bureau van de directeur na afspraak.
Het onderhoud moet uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de kennisgeving plaatsvinden.    
Van dit onderhoud wordt een verslag gemaakt dat ondertekend wordt voor             kennisneming.

3°     Het onderhoud tussen directeur, de ouders en de leerling en gebeurt enkel op basis van elementen uit het tuchtdossier. Bij de uiteindelijke beslissing kan geen rekening worden gehouden met gegevens die niet vooraf zijn bekendgemaakt en/of die geen deel uitmaken van het tuchtdossier.
4°     Na dit onderhoud neemt de directeur een gemotiveerde beslissing omtrent de tuchtmaatregel die aangetekend, binnen de drie werkdagen na het onderhoud meegedeeld wordt aan de ouders.

5°     Tegen deze beslissing kan aangetekend beroep worden ingesteld bij het college van burgemeester en schepenen binnen de vijf werkdagen na ontvangst van de mededeling. Binnen de 10 werkdagen na het instellen van het beroep wordt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen aangetekend aan de ouders meegedeeld. Dit schrijven vermeldt dat de beslissing voor de Raad van State kan worden aangevochten.

§ 3    De tuchtmaatregel gaat in daags nadat de termijn om beroep aan te tekenen verstreken is of daags na de uitspraak van het college van burgemeester en schepenen.

§ 4    Bij een definitieve uitsluiting kunnen de ouders, bij het zoeken naar een andere school, worden bijgestaan door de directeur of door het begeleidend CLB-centrum.
Het tuchtdossier kan niet worden overgedragen naar een andere school.

§ 5    Tijdens de procedure kunnen de ouders zich laten bijstaan door een raadsman.
Dit kan geen personeelslid van de school zijn.

Artikel 20    Tuchtdossier
§ 1    Een tuchtdossier van een leerling wordt opgesteld en bijgehouden door de directeur.

§ 2    Het tuchtdossier omvat een opsomming van:
–    gedragingen zoals omschreven in art. 17 § 2;
–     de reeds genomen ordemaatregelen;
–     de gedragingen die niet overeenstemmen met het individueel begeleidingsplan;
–     reacties van de ouders op eerder genomen maatregelen;
–     het gemotiveerd advies van de klassenraad
–     het tuchtvoorstel en de bewijsvoering ter zake.

Hoofdstuk 9    Geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning

Artikel 21
§ 1    De school werkt voor het bereiken van de eindtermen en het nastreven van ontwikkelingsdoelen met de middelen die door de Vlaamse Gemeenschap en door het schoolbestuur ter beschikking worden gesteld.
Bij beschadiging of verlies van dit materiaal wordt de kost aangerekend aan de ouders via de schoolrekening.

§ 2    Om de bijdragen van de ouders inzake niet-eindtermgebonden onderwijskosten te beperken, kan de school gebruik maken van geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning door derden.

§ 3    Dergelijke ondersteuning in de vorm van mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, kan enkel in geval van facultatieve activiteiten en na overleg met de schoolraad.

§ 4    De school zal in geval van dergelijke ondersteuning louter attenderen op het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking, een gratis prestatie of een prestatie verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging.

§ 5    De bedoelde mededelingen kunnen enkel indien:

1°    Deze mededelingen kennelijk verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school.

2°    Deze mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen.

§ 6    In geval van vragen of problemen met betrekking tot de geldelijke of niet-geldelijke ondersteuning door derden, richt men zich tot het college van burgemeester en schepenen.

Hoofdstuk 10    Bijdrageregeling (zie bijlage)

Artikel 22
§ 1    Het schoolbestuur vraagt geen direct of indirect inschrijvingsgeld.
Het schoolbestuur vraagt evenmin een bijdrage voor onderwijsgebonden kosten die noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven.

§ 2    Het bestuur kan een bijdrage vragen voor onderwijsgebonden kosten, gemaakt tijdens de normale aanwezigheid van de leerlingen, wanneer deze niet noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven, maar tot doel hebben deze te verlevendigen.
Volgende bijdragen kunnen van de leerlingen worden gevraagd.

–     de toegangsprijs voor het zwembad, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de toegangsprijs door de Vlaamse Gemeenschap wordt gedragen;
–     de toegangsprijs bij pedagogisch-didactische uitstappen;
–     de deelnamekosten bij extra-murosactiviteiten;
–     de kosten bij projecten;
–     de kosten van gemeenschappelijk vervoer bij pedagogisch-didactische uitstappen, extra-murosactiviteiten en zwemmen, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de vervoerkosten naar het zwembad door de Vlaamse Gemeenschap worden gedragen;
–     de aankoopprijs van turn- en zwemkledij;
–     de kosten bij feestactiviteiten bij normale aanwezigheid van de leerlingen.

§ 3    Persoonlijke uitgaven zijn facultatief en vallen ten laste van de gebruiker.
Het kan gaan om uitgaven voor:

–    voor- en naschoolse opvang;
–    middagtoezicht;
–    maaltijden en dranken;
–    abonnementen voor tijdschriften;
–    nieuwjaarsbrieven;
–    klasfoto’s;
–    steunacties;
-    de kosten bij feestactiviteiten.

§ 4     Het college van burgemeester en schepenen bepaalt jaarlijks of wanneer de noodzaak zich voordoet, na overleg in de schoolraad:

–    het maximumbedrag van de leerlingenbijdragen voor onderwijsgebonden kosten;
–    de tarieven van de vaste uitgaven;
–    de modaliteiten en de periodiciteit van betaling.

§ 5    Wanbetaler
Indien een leerling gebruik maakt van diensten of goederen die door de school worden aangeboden (vb. toezicht, zwemmen, voeding en drank, tijdschriften, schoolreizen, …) zal de school hiervoor een factuur sturen. Deze moet betaald worden vÓÓr de opgegeven uiterste datum. Extra kosten (zowel administratieve als juridische) die door de school of door het gemeentebestuur worden gemaakt om achterstallige betalingen proberen te innen, kunnen worden doorgerekend aan de wanbetaler.

§ 6    Het schoolbestuur kan, na advies van de directeur en in samenspraak met de ouders, een van de volgende afwijkingen op de leerlingenbijdrage toestaan:

–    vermindering van betaling;
–    spreiding van betaling;
–    uitstel van betaling;
–    kwijtschelding van betaling.

§ 7    De directeur beslist, binnen het jaarlijks maximumbedrag van de leerlingenbijdrage voor onderwijsgebonden kosten, over de occasionele uitgaven.  Deze worden afzonderlijk en schriftelijk meegedeeld aan de ouders.

§ 8    In geval van vragen en problemen omtrent de bijdrage richt men zich tot de directeur.

Hoofdstuk 11     Leerlingenraad

Artikel 23
De mogelijkheid bestaat om met de leerlingen van de 3de graad een leerlingenraad op te richten. Hiervoor dienen minimum 10% van de leerlingen vragende partij te zijn. De leerlingenraad wordt via verkiezingen samengesteld.

Hoofdstuk 12    Algemeen rookverbod

Artikel 24
Het is verboden te roken binnen de volledige instelling, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaats, sportterreinen en andere open ruimten.
Bij overtreding van deze bepaling
zullen de personeelsleden en leerlingen gesanctioneerd worden volgens het orde- en tuchtreglement opgenomen in dit schoolreglement;
zullen ouders en bezoekers verzocht worden te stoppen met roken of het schooldomein te verlaten.

Hoofdstuk 13    Privacy

Artikel 25    Algemeen
Het bestuur leeft de verplichtingen na die voortvloeien uit de privacywetgeving tenzij voor  een de toepassing van wettelijke of reglementaire bepaling.

Artikel 26    Gebruik van verborgen camera’s
De school gebruikt geen verborgen camera’s, tenzij met het oog op het vastleggen van feiten of handelingen die schade toebrengen aan personen of zaken binnen de instelling.
Er moeten ernstige en gestaafde vermoedens bestaan omtrent deze feiten en handelingen.

Artikel 27    Meedelen van leerlingengegevens aan derden
De school zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling.

Artikel 28    Voornamen en afbeeldingen van personen
Afbeeldingen en voornamen van leerlingen kunnen worden gepubliceerd, tenzij de betrokken ouders schriftelijk hun toestemming weigeren.

Hoofdstuk 14    Vertrouwenspersoon

Artikel 29    
Het bestuur heeft de directeur aangesteld als vertrouwenspersoon binnen de school.  Deze is bevoegd voor het ontvangen en opvolgen van klachten over grensoverschrijdend gedrag.

Hoofdstuk 15 Overdracht van het multidisciplinair CLB-dossier

Artikel 30
§ 1    Van iedere leerling wordt een multidisciplinair dossier aangelegd bij het begeleidend CLB.    Dit dossier bevat alle voorhanden zijnde relevante persoonlijke gegevens m.b.t. de leerling.

§ 2    Het CLB is verplicht leerlingen en ouders te informeren over de eventuele overdracht van het multidisciplinair CLB-dossier in geval van schoolverandering.

§ 3    In geval van schoolverandering in de loop van het schooljaar gebeurt de overdracht na afloop van een wachttijd van 30 dagen, die begint te lopen vanaf de inschrijving in de nieuwe school.

§ 4    In geval van inschrijving bij de start van het schooljaar gebeurt de overdracht na afloop van een wachttijd van 30 dagen, die begint te lopen vanaf 1 september van het nieuwe schooljaar.

§ 5    De betrokken ouders kunnen door middel van een aangetekend schrijven bij de directeur van het CLB ofwel afzien van de wachttijd om de overdracht te bespoedigen, ofwel binnen de 30 dagen na inschrijving in de nieuwe school verzet aantekenen tegen deze overdracht.

§ 6    In geval van verzet zal het CLB enkel de verplicht over te dragen gegevens verzenden naar het nieuwe CLB, met name de medische gegevens en de gegevens m.b.t. de leerplichtcontrole, samen met een kopie van het verzet.
Het CLB bewaart de gegevens waartegen verzet werd aangetekend tot 10 jaar na het laatste contact.

Hoofdstuk 16    Deelname aan extra-murosactiviteiten

Artikel 31
De leerlingen nemen deel aan alle voor hen bestemde extra-murosactiviteiten.
In geval van niet-deelname weigeren de ouders schriftelijk volgens de onderrichtingen van de directeur, die in dit geval zorgt voor aangepaste opvang.

Hoofdstuk 17    Keuze van de levensbeschouwelijke vakken

Artikel 32
Bij elke inschrijving van hun leerplichtig kind in het lager onderwijs beslissen de ouders, bij ondertekende verklaring:
dat hun kind een cursus in één der erkende godsdiensten volgt;
dat hun kind een cursus niet-confessionele zedenleer volgt.

Ouders die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer, kunnen op aanvraag een vrijstelling bekomen.

De ouders zijn verplicht deze keuze te maken bij de eerste inschrijving in de school. Deze verklaring wordt binnen de 8 kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag van inschrijving in de school of vanaf 1 september, afgegeven aan de directeur.
De ouders kunnen bij het begin van elk schooljaar hun keuze wijzigen.

Hoofdstuk 18     Engagementsverklaring

Artikel 33
§ 1     Oudercontacten
De ouder(s) woont (wonen) de oudercontacten bij.
De school organiseert daartoe op geregelde tijdstippen oudercontacten. De ouders en de school zelf kunnen op eigen initiatief bijkomende oudercontacten voorstellen.
Via schoolmededelingen vernemen de ouders hoe dit in de praktijk in zijn werk gaat.

§ 2    Voldoende aanwezigheid
De ouders sturen hun kind elke schooldag en op tijd naar school, dit verhoogt de kansen op schoolse successen. Zij respecteren de afspraken zoals die opgenomen zijn in dit artikel en hoofdstuk 3.
De voldoende aanwezigheid speelt een rol in het toekennen van de schooltoelage.
In het geval een kind problematisch (ongewettigd) afwezig is, zal de school contact opnemen met de ouders.
Indien het kind tien of meer halve dagen ongewettigd afwezig is, moet de school het CLB inschakelen.

§3     Deelnemen aan individuele begeleiding
Sommige kinderen hebben nood aan een individuele begeleiding. Voor kinderen die daar nood aan hebben werkt de school vormen van individuele ondersteuning uit en ze maakt daarover afspraken met de ouders zoals voorzien in het zorgbeleid.
De ouders ondersteunen op een positieve manier de maatregelen die in samenspraak genomen zijn.

§4    Nederlands is de onderwijstaal van de school
Ouders moedigen hun kinderen aan om Nederlands te leren.

Hoofdstuk 19    Medicatie

Artikel 34
§ 1     De school dient uit eigen beweging geen medicatie toe. Bij ziekte zal ze in de eerste plaats een ouder of een door u opgegeven contactpersoon trachten te bereiken. Indien dit niet lukt en afhankelijk van de hoogdringendheid, zal de school de eigen huisarts, een andere arts of eventueel zelfs de hulpdiensten contacteren.

§ 2    De ouders kunnen de school verzoeken om medicatie toe te dienen.
De school kan dit weigeren.

Hoofdstuk 20    Slotbepaling

Artikel 35
Meer specifieke regels en afspraken worden opgenomen in de afsprakennota van de school.
De afspraken maken integraal deel uit van het schoolreglement.

Goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van ……..-……..-………….

In opdracht:

Hans Habils                                    Marleen Mertens
gemeentesecretaris                                burgemeester