Antipestbeleid

Antipestbeleid

In lijn met ons omgangsbeleid en het 4-lademodel vinden we het belangrijk om pesten op school doeltreffend aan te pakken.

Waarom een antipestbeleid?

Pesten laat diepe sporen na. Volwassenen zoeken soms nog hulp vanwege pestervaringen in hun jeugd. Dat toont aan hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn, en waarom het onze verantwoordelijkheid is om pesten serieus te nemen.
• Pesten komt overal voor, vaak stiekem, waardoor het moeilijk te herkennen is. Het kan lang aanslepen en heeft een grote impact op het slachtoffer.
• Met dit beleid willen we pesten op school voorkomen en aanpakken. We maken kinderen bewust van wat pesten is, hoe het voelt voor wie gepest wordt, en welke rol ook de meelopers hierin spelen.
• We focussen op preventie, door een veilig schoolklimaat te creëren, maar grijpen ook in waar nodig met gepaste maatregelen.

Wat is het verschil tussen plagen en pesten?

Plagen

• Gebeurt spontaan, meestal zonder kwade bedoelingen.
• Is niet systematisch of herhaaldelijk.
• Kan grappig zijn, maar ook kwetsend als het verkeerd overkomt.

Pesten

• Gebeurt opzettelijk, herhaaldelijk en vaak over een langere periode.
• Kan fysiek zijn (duwen, slaan, spullen verstoppen…), verbaal (schelden, belachelijk maken, roddels verspreiden…) of sociaal (uitsluiten, negeren).
• Kan door één kind of door een groep gericht zijn op één slachtoffer.

Wie is het slachtoffer?

• Iedereen kan gepest worden. De gevolgen zijn ernstig: het slachtoffer wordt onzeker, angstig en kan last krijgen van lichamelijke klachten (hoofdpijn, buikpijn…).
• Vaak voelt het kind zich machteloos tegenover de pester, hoe hard hij of zij ook probeert het goed te maken.

Wie is de pester?

• Ook een pester voelt zich vaak niet goed in zijn vel. Hij of zij zoekt aandacht, maar op een negatieve manier.
• Als school willen we ook de pester begeleiden en helpen zoeken naar manieren om positieve aandacht te krijgen.

Onze preventieve aanpak

1. Veilig klasklimaat
• Kinderen weten dat pesten niet wordt getolereerd.
• Slachtoffers voelen zich gehoord en gesteund.
• Pestgedrag heeft altijd een gevolg.

2. Weerbaarheid versterken
• Kinderen leren op een respectvolle manier voor zichzelf opkomen.
• We oefenen hoe ze grenzen kunnen aangeven.

3. Betrokkenheid van ouders
• Ouders zijn vaak de eersten die signalen opvangen.
• Ze kunnen het verschil helpen uitleggen tussen plagen en pesten.
• We vragen ouders om de school in te lichten, niet zelf op te treden naar andere kinderen toe.

4. Preventieve acties op school
Maandthema’s rond positief gedrag:
    September: klasafspraken maken
    Oktober: werken aan groepssfeer
    November: gevoelens en grenzen leren kennen
    December: duidelijkheid over pesten
    Januari: samen naar oplossingen zoeken
    Februari: leren praten en luisteren
    Maart: afwisseling in spel en les
    April: complimenten geven
    Mei: positief blijven
    Juni: zorg dragen voor elkaar
• Leerkrachten werken maandelijks rond sociale vaardigheden: eerlijkheid, respect, verbondenheid, verdraagzaamheid…
• We gebruiken respectvolle (lichaams)taal en geven het goede voorbeeld.
• De zorgcoördinator is een vertrouwenspersoon voor wie een gesprek nodig heeft.
• Tijdens de speeltijd zijn er speelkoffers, schaken, en regenactiviteiten.
• Klasoverschrijdende activiteiten stimuleren zorg voor elkaar.
• Bij speciale acties rond pesten betrekken we ook de ‘meelopers’, want zij kunnen mee het verschil maken.
• In de klas wordt regelmatig gesproken over wat pesten is en hoe je ermee omgaat.

Toch gepest? Dan handelen we meteen.
Pesten is nooit volledig uit te sluiten. Als het gebeurt, reageren we snel en doordacht.

Waarom kinderen soms niet praten over pesten:

• Ze schamen zich of denken dat het hun eigen fout is.
• Ze zijn bang dat het erger wordt als hun ouders of school ingrijpen.
• Ze geloven niet dat er iets aan te doen is.

Onze aanpak:

• We luisteren naar alle betrokken kinderen.
• We nemen tijd om het conflict te begrijpen.
• Leerkrachten worden op de hoogte gebracht.
• Via ons omgangsbeleid en het 4-lademodel zoeken we naar oplossingen.

Ouders als partners:

• Ouders moeten weten dat hun melding serieus genomen wordt.
• We stimuleren kinderen om hun verhaal te doen bij de leerkracht.
• We zorgen voor een vertrouwelijke, veilige omgeving.

De herstellende aanpak

1. Leefregels
• De schoolregels worden aan het begin van het jaar besproken en ondertekend.
• Bij conflicten wordt er altijd naar deze regels verwezen.

2. Bespreken in de klas
• Pesten wordt open besproken.
• Indien nodig maken we samen een plan van aanpak.

3. Niemand staat er alleen voor
• We begeleiden kinderen in het samen oplossen van conflicten.
• We leren hen verantwoordelijkheid opnemen:
“Ik vertel – ik voel – ik zeg wat ik nodig heb – wat kan ik doen?”

4. Ouders betrekken
• Als het pestgedrag blijft duren, nodigen we ouders van beide partijen uit voor een gesprek.

5. Sancties
• Bij herhaald pestgedrag zoeken we een passende sanctie.
• De focus ligt op bewustwording van de gevolgen van het gedrag.
• Elke situatie wordt individueel bekeken.

Wat als je kind gepest wordt?

• Luister rustig en aandachtig.
• Zoek samen naar wat er echt speelt.
• Meld het aan de school, zodat we samen kunnen handelen.
• Bij nood aan extra ondersteuning kun je via de zorgcoördinator of het CLB verder geholpen worden.

Tot slot

We willen bijdragen aan de totale ontwikkeling van elk kind.
Pesten hoort daar niet bij. We bouwen aan een warme, veilige school waar iedereen erbij hoort en zichzelf kan zijn. Zo groeien kinderen uit tot sterke, zorgzame volwassenen.